|
dienst landelijk gebied
voor ontwikkeling en beheer
LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VECHTSTREEK
OKTOBER 2000
1. Aanleiding
2. Begrenzing plangebied
3. Bestuurlijke uitgangspunten
4. Inrichtingsvisie Landinrichtingscommissie
5. Doelstellingen
6. Inhoud inrichtingsplan
7. Milieu effect rapportage
8. Financiele aspecten
9. Planning
10. Verantwoordelijkheden
1. Aanleiding.
Door de Agendacommissie zijn op 6 september 1999 onderwerpen genoemd die men graag als eerste uitgewerkt wilde zien in een eerste uitvoeringsmodule. Eén van die onderwerpen was het opstellen van een inrichtingsplan voor de Horstermeerpolder.
De noodzaak daarvan was vooral gebaseerd op de toezegging aan GS van Noord-Holland om de begrenzing van de nieuwe natuurgebieden in de Horstermeerpolder voor 1 januari 2002 tot stand te brengen.
In de terzake verzonden brief aan GS is hierover het volgende gesteld:
'om een optimale afstemming tussen het op te stellen natuurgebiedsplan en integrale inrichtingsplannen te bereiken, is onze commissie voorts van mening dat de begrenzing van nieuwe natuurgebieden (voorheen reservaats- en natuurontwikkelingsgebieden) en het opstellen van integrale inrichtingsplannen (incl. milieu effecten rapportage) zoveel mogelijk gelijktijdig moet plaatsvinden. Met een dergelijke aanpak kunnen de beoogde doelstellingen voor zowel natuur, recreatie als landbouw verder geoptimaliseerd worden en kunnen de afzonderlijke (inspraak)procedures worden samengevoegd waardoor tijdwinst is te behalen. Ofschoon het gelijktijdig opstellen van beide plannen betekent dat er een extra beroep gedaan wordt op de medewerking van de bewoners, zal er desondanks naar gestreefd worden dat besluitvorming over het natuurgebiedsplan vóór 1-1-2002 kan worden afgerond"
Op 6 januari jl is vervolgens gediscussieerd over de te kiezen bestuursstijl voor het op te stellen inrichtingsplan voor de Horstermeerpolder. De conclusie daarvan was dat gewerkt zal gaan worden met een gebiedscommissie en dat de bewoners van het gebied op een interactieve manier betrokken zullen worden bij de planvorming.
naar boven
2. Begrenzing plangebied
Het gebied waarvoor een inrichtingsplan zal worden opgesteld betreft de Horstermeerpolder en de Meeruiterdijkse Polder (zie bijgevoegde kaart). Het gebied heeft een kadastrale oppervlakte van ca. 710 ha (Horstermeerpolder 610 ha, Meeruiterdijkse polder 110 ha)
3. Bestuurlijke uitgangspunten
In november 1992 heeft GS van Noord-Holland de beleidsnota 'Globale Begrenzing Tweede Fase Relatienota en Natuurontwikkeling op Landbouwgrond" vastgesteld.
Voor de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder betekent dit dat er in de Horstermeerpolder (naast 70 ha bestaand natuurterrein, "de Wildernis") 90 ha landbouwgrond als natuurontwikkelingsgebied in het zuidelijk deel zal worden begrensd in 160 ha landbouwgrond als natuurontwikkelingsgebied in het noordelijk en oostelijk deel zal worden begrensd (zie kaarbijlage).
In 1995 is door de Provincie Noord-Holland de studie 'Waterhuishoudkundige Herinrichting Horstermeerpolder" verricht. Op basis van die studie heeft GS besloten dat:
. het beleid ten aanzien van grondwateronttrekking in het Gooi vooralsnog niet gewijzigd wordt (Wateronttrekking wordt teruggebracht tot 7 mln m3/jaar)
· verdere bestrijding van verdroging wordt uitgevoerd via de concrete begrenzing van de boven genoemde 250 ha nieuwe natuurgebieden op landbouwgrond en het Landinrichtingsplan
· te streven naar het stapsgewijs realiseren van natuurontwikkeling met een plas-dras situatie
· een afstemmingsoverleg te initiëren zodat
- toekomstige ingrepen goed worden voorbereid en begeleid
- goede informatieverstrekking plaats heeft van en naar alle belanghebbenden
In juni 1998 heeft GS het Fiets- en Wandelpadenplan Noordelijk Vechtstreek vastgesteld. Voor de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder betekent dit dat er een fietsverbinding zal worden gerealiseerd vanaf de Radioweg langs de Toren naar de Ringdijk en vervolgens aan de Noordoostzijde van het Hilversum Kanaal in noordwestelijke richting (ca. 1750 m). Voorts zal een wandelverbinding tot stand worden gebracht over de noordelijke Ringdijk vanaf de Herenweg tot het dorp Overmeer alsmede een wandelverbinding vanaf de Radioweg naar de zuidoostelijk gelegen Ringdijk. (zie kaartbijlagen)
naar boven
4. lnrichtingsvisie Landinrichtingscommissie
In het kader van het opstellen van het Ontwerp-Raamplan heeft de landinrichtingscommissie voor het gebied Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse polder de volgende inrichtingsvisie ontwikkeld:
De Horstermeerpolder wordt als het ware door de verdichtingen van het plassenlandschap omsloten. In deze polder staat de commissie voor de inrichtingsopgave om een groot areaal nieuwe natuur te realiseren. De natuur krijgt een plas-dras karakter. De kenmerkende openheid blijft hierdoor gehandhaafd en er kan zich waardevolle natuur ontwikkelen. Bovendien krijgen de natuurgebieden ten noorden en zuiden van de Horstermeer een sterkere samenhang en zal de wegzijging van schoon water hier afnemen. Langs de kaarsrechte wegen van de Horstermeerpolder bevindt zich veel bebouwing. Deze bebouwing wil de commissie beter inpassen in het open landschap door loodrecht op het bebouwingslint enkele singels of groenelementen aan te leggen.
naar boven
5. Doelstellingen
In het ontwerp-Raamplan heeft de Landinrichtingscommissie een aantal doelstellingen geformuleerd op basis van het Streekplan, het Gebiedsperspectief en de Projectnota van GS. Voor de Horstermeerpolder en de Meeruiterdijkse Polder betekent dit het volgende:
5. 1 Doelstellingen natuur
Hoofddoelstelling
Ontwikkeling van natuurwaarden in de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder door vergroting van het oppervlak natuur, kwaliteitsverbetering van bestaande natuurgebieden, aanleg van verbindingszones en agrarisch natuurbeheer.
Subdoelstellingen
Realisatie van 250 ha natuurgebied (natuurontwikkelingsgebied) in de Horstermeer.
-> Streefdoel: 250 ha (natte) natuur in de Horstermeerpolder via regeling natuur van
programma beheer.
5.2 Doelstellingen landbouw buiten de (toekomstige) natuurgebieden
Hoofddoelstelling
Het bevorderen van een veilige, concurrerende en duurzame landbouw in de Horstermeerpolder en Meeruiterdijksepolder.
Subdoelstellingen
Kostprijsverlaging door verbetering van de verkaveling.
-> Streefdoel: Het aandeel huiskavel is minimaal 80% leder bedrijf heeft maximaal één veldkavel.
Zorgen voor goede bereikbaarheid van de kavels en de bedrijven.
-> Streefdoel: alle kavels en bedrijven zijn ontsloten door een verharde weg.
Stimuleren neveninkomsten landbouw (plattelandsvernieuwing, agro-toerisme).
-> Streefdoel: Al de bedrijven die belangstelling hebben voor neveninkomsten hebben daadwerkelijk neveninkomsten.
Vergroting van de bestaande bedrijven in gebieden waar bufferzonebeleid van toepassing is.
-> Streefdoel:70% van de grond(ha)in het bufferzonegebied is in gebruik bij bedrijven van meer dan 70 NGE (circa 35 ha bij melkvee?)'.
5.3 Doelstellingen Recreatie en verkeersveiligheid
Hoofddoelstellingen
Uitbouw van de recreatieve potenties van de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder door het vergroten van de mogelijkheden van recreatief (mede)gebruik. Zorgdragen voor een doelmatige en veilige verkeersafwikkeling op plattelandswegen.
Subdoelstellingen
Ontwikkelen recreatieve routestructuren t.b.v. landrecreatie (wandelen, fietsen en paardrijden) en voorzieningen (inrichting rustplekken, info-voorzieningen).
->Streefdoel:De wandel-en fïetspaden zoals voorzien in het Fiets-enwandelpadenplan
Noordelijke Vechtstreek(voor het onderdeel Horstermeerpolder l Meeruiterdijksepolder) zijn gerealiseerd;
Verbeteren doelmatige en veilige verkeersafwikkeling op plattelandswegen.
->Streefdoel:Realisatie van het recreatie-en verkeersplan voor het onderdeel Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder.
5.4 Doelstellingen Landschap
Hoofddoelstelling
Versterken van de landschappelijke structuur en benutten van de huidige landschappelijke kwaliteiten in de Horstermeerpolder en Meeruiterdijkse Polder.
Subdoelstellingen
Landschappelijk inpassen stads- en dorpsbebouwing (bebouwing Horstermeer, industrieterreinen e.d.).
Versterken landschap.
Verbeteren kwaliteit particuliere (erf)beplantingen.
->
Streefdoel(voor alle landschappelijke doelstellingen):Realisatie van het gehele
landschapsplan voor het onderdeel Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder
5.5 Doelstellingen cultuurhistorie
Hoofddoelstelling
Behoud van cultuurhistorische waarden in de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder.
Subdoelstellingen
Behoud archeologische waarden.
-> Streefdoel: Alle aanwezige archeologische vindplaatsen zijn behouden en beschermd.
Behoud en herstel historische geografie (verkavelingpatronen, molens e.d.).
->
Streefdoel: alle aanwezige historisch geografische elementen zijn behouden.
Verhogen architectonische kwaliteit bouwkundige elementen (bij boerderijverplaatsingen).
-> Streefdoel: de - door boerderijverplaatsing - nieuw te bouwen boerderijen zijn onder architectuur gebouwd.
Verbeteren herkenbaarheid Hollandse Waterlinie.
-> Streefdoel:realisatie van gehele landschapsplan in de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder.
5.6 Doelstellingen water en milieu
Hoofddoelstelling
Verbetering van het water- en bodemmilieu in de Horstermeerpolder / Meeruiterdijkse Polder overeenkomstig de toegekende functies, waarbij de watersysteembenadering richtinggevend is.
Subdoelstellingen
Afstemming van de waterbeheersing op de functies zoals die genoemd zijn in het waterhuishoudingsplan.
-> Streefdoel. In het gebied voldoet de waterbeheersing aan de eisen die worden gesteld aan de toegekende functies.
Vermindering van inlaat van gebiedsvreemd water in het Vechtplassengebied.
->
Streefdoel: In een 10% droog jaar is geen inlaat van gebiedsvreemd water nodig in
Hollands- en Stichts Ankeveense plassen en de Kortehoefse plassen.'
Bereiken van de waterkwaliteit in de poldersloten die voldoet aan de kwaliteitseisen behorende bij de functies die in het waterhuishoudingsplan;
->
Streefdoel: In het gebied voldoet de waterkwaliteit aan de eisen die worden gesteld aan de toegekende functies*.
Bereiken van de bodemkwaliteit conform het algemeen beschermingsniveau (Wet bodembescherming);
->
Streefdoel:De bodemkwaliteit voldoet in het gebied aan het algemeen beschermingsniveau van de wet bodembescherming*.
Streven naar een waterbodemkwaliteit van klasse 0,1 of 2.
-> Streefdoel: De waterbodemkwaliteit van - in het kader van landinrichting - verbeterde hoofdwaterlopen bestaat uit klasse 1 of 2.
*Deze doelstelling zal slechts voor een - beperkt - deel via landinrichting kunnen worden gerealiseerd.
naar boven
6. Inhoud lnrichtingsplan
Afhankelijk van de te kiezen instrumenten voor het tot stand komen van de maatregelen zal het inrichtingsplan al dan niet de status hebben van een Voorontwerpplan / Milieu Effect Rapportage (VOP/MER). Als voorgesteld wordt om een plan van toedeling op te stelten is het noodzakelijk de wettelijke regels te volgen qua inhoud en qua procedures.
Het inrichtingsplan zal inhoudelijk de volgende onderdelen moeten bevatten:
· Omschrijving van de huidige situatie v.w.b. water, landbouw, natuur, milieu, landschap, cultuurhistorie en recreatie
· omschrijving van de autonome ontwikkeling v.w.b. water, landbouw, natuur, milieu, Landschap, cultuurhistorie en recreatie
· Doelstellingen (integraal en sectoraal)
. Randvoorwaarden en uitgangspunten (incl. de beleidskaders)
· Omschrijving van de alternatieve inrichtingsmogelijkheden
· Nadere uitwerking van de alternatieven (maatregelen en voorzieningen)
· Toe te passen instrumenten (inrichting en grondverwerving)
· kostenraming
· Voorstel ten aanzien van het kiezen alternatief
· Voorstel ten aanzien van de uitvoeringsorganisatie
naar boven
7. Milieu effect rapportage
Door GS is bij de instelling van de Landinrichtingscommissie besloten dat een op te stellen rapport 'Richtlijnen mer" in overleg met de LC zal worden opgesteld. Zodra deze Richtlijnen door GS zijn vastgesteld vormen die mede het uitgangspunt voor het inrichtingsplan Horstermeerpolder. In dat verband is het noodzakelijk om v.w.b. water, landbouw, natuur, milieu, landschap, cultuurhistorie en recreatie de effecten per alternatief in beeld te brengen en de alternatieven onderling te vergelijken. In dit verband dient aandacht te worden besteed aan de volgende aspecten:
. het scheiden of combineren van het waterhuishoudkundig stelsel voor landbouw en natuur
· Waterpeilen in deelgebieden ten behoeve van de aan dat gebied toegekende functies; peilverhoging Horstermeer
· Grondwaterstromingen en kwel-/infiltratieveranderingen bij peilaanpassing;
· Realisatie natte ecologische verbindingszones;
· Conservering en benutting van gebiedseigen water;
· De verbetering van oppervlaktewater- en waterbodemkwaliteit (o.m. door sanering en baggerspecieberging);
· Kwaliteit van de bodem in relatie tot natuurdoelen (ecologische en verspreidingsrisico's)
· Reliëf-en bodemopbouw
· Leefbaarheid (knutten, geluidsoverlast)
· De landschappelijke inrichting en samenhang en objecten van cultuurhistorische waarde
naar boven
8. Financiële aspecten
Uitgangspunt voor de planvorming is dat de kosten van de te nemen maatregelen op een aanvaardbaar niveau zijn gelegen. Dit betekent dat ze dienen te passen binnen het financieel kader zoals dat in het ontwerp-Raamplan is opgenomen. Voorkomen moet immers worden dat de uitvoering van maatregelen in dit gebied tot gevolg heeft dat de bekostiging van maatregelen in het overige deel van het inrichtingsgebied Vechtstreek problematisch wordt.
Bij de berekening van de voor dit gebied beschikbare middelen is uitgegaan van de bestaande subsidieregelingen die gelden voor landinrichting. De grondverwervingskosten voor de aankoop van oppervlakte-elementen en zgn. landmetershectares zijn niet in het kostenoverzicht betrokken. In het algemeen is ervan uitgegaan dat dit gebied ca. 8% van de oppervlakte van het gehele herinrichtingsgebied betreft ( 675 ha van 8500 ha) Voorzover mogelijk zijn bedragen ingevuld die direct gerelateerd zijn aan bestaande plannen (bv waterbeheersing is reeds door DWR begroot) Op basis hiervan ontstaat het volgende financieel overzicht:
|
Doelstelling
|
Totale kosten
|
Aandeel BDU
|
(evt) overige financiers
|
|
Natuur
|
|
|
|
|
Inrichting 250 ha Natuurontwikkelingsgebied(100% BDU)
|
2.500.000,00
|
2.500.000,00
|
|
|
4 bedrijfsverplaatsingen
(subs cf regeling)
|
PM
|
1.400.000,00
|
betrokken agrariërs
|
|
landbouw
|
|
|
|
|
verkaveling (kavelaanvaarding) (65% BDU)
|
120.000,00
|
78.000,00
|
betrokken agrariërs(35%)
|
|
Recreatie
|
|
|
|
|
Realisatie Fiets en wandelpadenplan (50% BDU)
|
338,500.00
|
169.250,00
|
Provincie (30%) gemeente, AGV, NM (20%)
|
|
Overig recreatie (uit recreatie-onderzoek) (50% BDU)
|
120,000.00
|
60.000,00
|
Gemeente (50%)
|
|
verkeerskundige maatregelen (50% BDU)
|
240,000.00
|
120.000,00
|
Gemeente (50%)
|
|
landschap
|
|
|
|
|
Landschap(100% BDU, cat lib EBO)
|
50.000,00
|
50.000,00
|
|
|
Cultuurhistorie(100% BDU, molen 15% BDU)
|
60.000,00
|
60.000,00
|
|
|
Water en milieu
|
|
|
|
|
Waterbeheersing (incl.Vermindering inlaat) (50% BDU)
|
3.240.000,00
|
1.620.000,00
|
AGV (50%)
|
|
mineralen op bedrijven (20% BDU)
|
40,000.00
|
8.000,00
|
|
|
Riolering (20% BDU)
|
440,000.00
|
88.000,00
|
Gemeenten (80%)
|
|
Verspreiding (20% BDU)
|
240,000.00
|
48.000,00
|
|
|
Overig (20% BDU)
|
240,000.00
|
48.000,00
|
|
|
overig
|
|
|
|
|
regeling bedrijfsbeëindiging (100% BDU)
|
80,000.00
|
80.000,00
|
|
|
algemene kosten (65% BDU)
|
80,000.00
|
52.000,00
|
Gemeente, AGV, belanghebbenden
|
|
totaal
|
7.788.500,00
|
6.381.250,001
|
63,9% BDU***)
|
*) nog nagaan of Vechtstreek een prioritair gebied is vanuit Openluchtrecreatie. In dat geval worden de overige voorzieningen voor 75% uit de BDU gefinancierd.
**) inrichting 100% BDU; grondkosten 100% gemeente
***) subsidiepercentage exclusief de bijdrage in boerderijverplaatsing
Bovenstaande betekent dat er voor de realisering van de maatregelen uit het op te stellen inrichtingsplan rekening moet worden gehouden met een investeringsplafond van f 6,4 mln
(f 9.450/ha) aan BDU-middelen. Een intensievere inrichting zal ertoe telden dat meer door andere partners dient te worden bijgedragen. Daartoe zullen in het inrichtingsplan voorstellen moeten worden ontwikkeld.
naar boven
9. Planning
Van belang is dat er een inrichtingsplan wordt opgesteld dat in voldoende mate recht doet aan de in het Raamplan gestelde doelen. Bovendien is het belangrijk dat de te nemen maatregelen beschikken over voldoende draagvlak bij de bewoners en de gebruikers van het gebied. Dit betekent dat er voldoende tijd beschikbaar moet zijn voor het opstellen van het ontwerp-inrichtingsptan.
Daartoe is het volgende globale tijdspad richtinggevend:
Actie .....................Betrokkkenen ...............tijdstip
1.bestuurlijk overleg... LC + gemeente + waterschap ....Mei 2000
2.installatie sub-commissie............... LC en organisaties...... Okt. 2000
3.presentatie taak, opdracht aan gebied.... sub-commissie met streekbewoners....Dec. 2000
4.gebiedsschouw...... sub-commissie en streekbewoners..........Dec. 2000
5.presentatie gebiedsaanpak
(hoe, bestuursstijl etc).....sub-commissie en streekbewoners........
Febr. 2001
6.luisteravond ...........sub-commissie, streekbewoners
en deskundigen ..........Maart 2001
7.keuze hoofd-
inrichtingsconcepten
...........sub-commissie en LC ............Mei 2001
8.workshop maatregelen per concept ........sub-commissie, streekbewoners en deskundigen.... Juni 2001
9.concept inr.plan / VOP-MER ..........sub-commissie, LC .............Okt. 2001
10.voorlichting en ter
inzagelegging inr.plan
VOP/MER
.....sub-commissie en LC en streek .......Dec. 2001
11.aanpassing inr.plan /VOP/MER en keuze
voorkeur..... sub-commissie en LC....... Juni 2002
12.aanbieden inr.plan / VOP/MER met keuze LC aan GS
.............LC .........Sept. 2002
13.opname keuze in
uitvoeringsmodule............... LC (en streek?)............ Nov. 2002
14.aanbieden module aan GS ..........LC ............Dec. 2002
15. terinzagelegging module .........GS en streek ............Jan-jun 2003
16.vaststelling module ..........CLC en GS ..........Sept. 2003
17. uitvoering 1ste fase ..........LC ..................Jan. 2004 - dec. 2007
naar boven
10. Verantwoordelijkheden
De landinrichtingscommissie is opdrachtgever en als zodanig verantwoordelijk voor de definitieve besluitvorming over het inrichtingsplan. De sub-commissie Horstermeerpolder is in formele zin opdrachtnemer.
De sub-commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van,werkzaamheden ten behoeve van het opstellen van een inrichtingsplan (resp VOP/MER) t/m stap 11 van bovenstaand schema.
De sub-commissie vraagt de Landinrichtingscommissie om instemming bij de volgende onderdelen:
· Projectptan VOP/mer Horstermeerpolder c.a.
. te hanteren bestuursstijl
· keuze hoofd-inrichtingsconcepten
· te hanteren inrichtingsinstrumenten
· voorlichting en ter inzagelegging VOP/ MER
. aanpassing inr.plan / VOP/MER en keuze voorkeur
Als de sub-commissie meent dat het voor de voortgang en de kwaliteit van het plan noodzakelijk is dat er onderzoek plaatsvindt, wordt de LC daarvoor om instemming gevraagd.
Ten behoeve van een adequate financiële planning is het noodzakelijk dat de sub-commissie uiterlijk op i november een begroting bij de LC indient voor de werkzaamheden in het volgende jaar. Deze begroting bestaat uit de te verwachten vacatiegelden, de te verwachten zaalhuur cs, het te verrichten onderzoek en de evt inhuur van externe krachten.
Tenslotte dient de sub-commissie de LC regelmatig op de hoogte te houden van de resultaten van de inspanningen. Ten minste 2 keer per jaar zal de sub-commissie verantwoording af leggen van zijn werkzaamheden.
naar boven
|